Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 december 2001

Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 14 december 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 december 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AD4933.

21. Dit brengt met zich mee dat het Hof niet gehouden was om op allerlei aspecten van de floating charge in te gaan die wellicht van belang zijn voor een algemene vergelijking van de floating charge met het pandrecht, maar niet van belang zijn voor de vraag of de rechthebbende op een floating charge voor de toepassing van art. 480/481 Rv op één lijn gesteld behoort te worden met de pandhouder. Aan de stellingen van Sisal dat de floating charge niet een recht is dat is afgeleid uit een meer omvattend recht, geen droit de suite heeft, niet is onderworpen aan de prior tempore regel, geen beperking van de beschikkingsbevoegdheid meebrengt, en mede betrekking heeft op "niet-goederen" zoals de onderneming en goodwill, mocht het Hof, nu deze stellingen, juist of niet, naar 's Hofs oordeel kennelijk en niet onbegrijpelijk slechts betrekking hebben op een algemene vergelijking tussen beide rechtsfiguren, derhalve zonder schending van zijn motiveringsplicht voorbijgaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/65d668d2987e45fda8a605dca31f1d1046300c2e7f2129bdb683cbf75581db87. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 65d668d2987e45fda8a605dca31f1d1046300c2e7f2129bdb683cbf75581db87, en de alinea staat in dat document op bytes 24569 tot 25559.