Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 december 2001

Alinea 41 Parket bij de Hoge Raad 14 december 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 december 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AD4933.

23. Het onderdeel berust op een verkeerde lezing van 's Hofs arrest en dient derhalve te falen. Het Hof heeft in de bestreden rechtsoverweging overwogen: "Het Nederlands stil pandrecht heeft dezelfde doelstelling als de 'floating charge'. Ook bij het stil pandrecht gaat het er om dat de kredietverlener een zekerheidsrecht krijgt op de bedrijfsmiddelen van de kredietnemer, zonder de kredietnemer in de uitoefening van zijn bedrijf te belemmeren." Anders dan het onderdeel kennelijk wil betogen, moet hierin niet worden gelezen dat het Nederlandse pandrecht in het algemeen strekt tot het verlenen van zekerheid op het gehele bedrijfsvermogen. Uiteraard geldt in het algemeen een dergelijke doelstelling niet voor het Nederlandse pandrecht; het Nederlandse pandrecht strekt ertoe om op de goederen waarop het pandrecht rust, een vordering tot voldoening van een geldsom bij voorrang te verhalen boven andere crediteuren. Waar het Hof echter klaarblijkelijk op doelt is de (belangrijke) functie van het stil pandrecht in het handelsverkeer om zekerheid te kunnen verschaffen door het vestigen van een beperkt zekerheidsrecht op (alle) roerende zaken en vorderingen van een bedrijf, een functie die vóór de inwerkingtreding van het NBW werd vervuld door de fiduciaire overdracht en cessie. Dit oordeel is niet onbegrijpelijk en behoefde ook geen nadere motivering.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/65d668d2987e45fda8a605dca31f1d1046300c2e7f2129bdb683cbf75581db87. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 65d668d2987e45fda8a605dca31f1d1046300c2e7f2129bdb683cbf75581db87, en de alinea staat in dat document op bytes 25859 tot 27237.