Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 december 2001
Alinea 54 Parket bij de Hoge Raad 14 december 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 december 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AD4933.
36. Voorop gesteld moet worden dat het Hof in r.o. 4.28 klaarblijkelijk heeft geoordeeld dat de receiver het recht van parate executie toekomt, een oordeel dat in cassatie niet wordt bestreden. De vraag of het (Tanzaniaanse) recht van parate executie van de receiver gelijk is te stellen aan een eigen recht van parate executie van NBC zelf, is een rechtsvraag die, nu het gaat om de uitleg van vreemd recht, in cassatie niet kan worden getoetst. Gelet op de door het Hof genoemde omstandigheid dat de receiver door NBC is benoemd, is niet onbegrijpelijk 's Hofs oordeel dat het recht van (parate) executie van de receiver niet eraan in de weg staat om te spreken van parate executie van NBC. Daarbij is van belang dat de receiver ten behoeve van NBC executeert. Zie pleitnota NBC tweede mondelinge behandeling, blz. 2 (onderaan); verweerschrift Sisal sub 11/12 en 16. Het subonderdeel mist derhalve doel.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/65d668d2987e45fda8a605dca31f1d1046300c2e7f2129bdb683cbf75581db87. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 65d668d2987e45fda8a605dca31f1d1046300c2e7f2129bdb683cbf75581db87, en de alinea staat in dat document op bytes 34220 tot 35138.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/65d668d2987e45fda8a605dca31f1d1046300c2e7f2129bdb683cbf75581db87 | shasum -a 256