Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 december 2001
Alinea 13 Parket bij de Hoge Raad 4 december 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 december 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AD5208.
"De voorzitter stelt aanstonds aan de orde de ontvankelijkheid van het door de verdachte ingestelde hoger beroep, nu het hof vraagtekens stelt bij de volmacht van de raadsman daartoe op grond van het volgende. De verdachte is op de zittingen van de politierechter in de arrondissementsrechtbank te 's-Hertogenbosch niet verschenen. De raadsman heeft ter zitting van de politierechter van 18 oktober 1996 verklaard dat de partner van zijn cliënt hem heeft laten weten dat [verdachte] preventief gedetineerd zat in een inrichting in Hongarije en dat hij -de raadsman- zijn cliënt niet heeft gesproken. De raadsman heeft ter zitting van de politierechter van 7 juni 1999 verklaard dat hij uitdrukkelijk is gemachtigd om de verdediging te voeren, en dat hij zijn cliënt alleen heeft gesproken bij de invrijheidstelling.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/64a2d6da1a4a19793f1e32afa10b83c7c769946a83c37f61c258acc85889ef12. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 64a2d6da1a4a19793f1e32afa10b83c7c769946a83c37f61c258acc85889ef12, en de alinea staat in dat document op bytes 5638 tot 6470.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/64a2d6da1a4a19793f1e32afa10b83c7c769946a83c37f61c258acc85889ef12 | shasum -a 256