Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 december 2001

Alinea 25 Parket bij de Hoge Raad 4 december 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 december 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AD5208.

dat de wetgever bij de toekenning van deze faciliteit kennelijk is geleid door de gedachte dat de advocaat, die deel uitmaakt van den stand der advocaten en dienvolgens is onderworpen aan tuchtrechtelijk toezicht, een juist en verantwoord gebruik zal maken van deze hem toegekende bevoegdheid;

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/64a2d6da1a4a19793f1e32afa10b83c7c769946a83c37f61c258acc85889ef12. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 64a2d6da1a4a19793f1e32afa10b83c7c769946a83c37f61c258acc85889ef12, en de alinea staat in dat document op bytes 9797 tot 10103.