Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 december 2001

Alinea 38 Parket bij de Hoge Raad 4 december 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 december 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AD5208.

De Hoge Raad stelde voorop dat "in de regel mag worden uitgegaan van de juistheid van de verklaring van de advocaat die op de voet van art. 450, eerste lid onder a, Sv een rechtsmiddel instelt", maar bevond 's Hofs oordeel dat die uit de appèlakte blijkende verklaring in dit geval niet juist was, in het licht van de stukken (de verklaring van de raadsman ter terechtzitting), niet onbegrijpelijk. Overigens deed zich hier nog de bijzonderheid voor dat het appèl was ingesteld door een andere advocaat, kennelijk bij wege van confraternele bijstand.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/64a2d6da1a4a19793f1e32afa10b83c7c769946a83c37f61c258acc85889ef12. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 64a2d6da1a4a19793f1e32afa10b83c7c769946a83c37f61c258acc85889ef12, en de alinea staat in dat document op bytes 14864 tot 15429.