Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 december 2001

Alinea 16 Parket bij de Hoge Raad 18 december 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 december 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AD5211.

De door sommige auteurs wel in voorzichtige woorden bepleite conclusie, dat in nogal wat kwesties het verweer kan worden gevoerd dat de desbetreffende Nederlandse misdrijfbepaling niet verder reikt dan de eigen landgrenzen, omarm ik, mede op deze laatste grond, dan ook niet. Niet alleen omdat dit contraproductief zou zijn voor de vervolging en berechting van in het buitenland begane misdrijven door Nederlanders, maar ook en veeleer omdat de wens van de wetgever klaarblijkelijk een andersluidende was en is.(8) Op deze grond moet de leer omtrent de zogenoemde "abstracte toetsing" van doorslaggevende betekenis worden geacht. Ik meen uit de rechtspraak van de Hoge Raad te kunnen opmaken dat hij er ook zo over denkt. In de arresten waarin art. 5 lid 1 onder 2 Sr een rol speelt formuleert de Hoge Raad telkens de te beantwoorden vraag aldus dat vast moet staan dat op het feit door de wet van het land waar het feit is begaan, straf is gesteld.(9)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ef805785f8d50914640eb2f9e106aefee03a5690fd4eef8317031086cce34f98. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ef805785f8d50914640eb2f9e106aefee03a5690fd4eef8317031086cce34f98, en de alinea staat in dat document op bytes 8635 tot 9600.