Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 november 2001
Alinea 113 Parket bij de Hoge Raad 9 november 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 november 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AD5302.
4.40 Hoe dit zij, kennelijk berust het onderdeel op het reeds aanstonds onaantrekkelijke uitgangspunt dat een benadeelde ermee kan volstaan te stellen dat hij waterschade heeft geleden. Dat standpunt onderschrijf ik niet. Ik moge verwijzen naar hetgeen hierboven onder 4.8 - 4.18 is betoogd. Daarbij verdient nog opmerking dat zulks in beginsel slechts anders is voor de in het arrest Bargerbeek genoemde omstandigheden.(34) De stelplicht van het Waterschap dienaangaande komt evenwel eerst aan de orde wanneer de benadeelde zijnerzijds voldoende feiten en omstandigheden heeft gesteld - en zo nodig bewezen - die in beginsel kunnen leiden tot toewijzing van zijn vordering.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e88d911384993ee14b81c1de4b62efe6625a383ce5ea08edc8c47b946861acd3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e88d911384993ee14b81c1de4b62efe6625a383ce5ea08edc8c47b946861acd3, en de alinea staat in dat document op bytes 41422 tot 42109.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e88d911384993ee14b81c1de4b62efe6625a383ce5ea08edc8c47b946861acd3 | shasum -a 256