Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 november 2001

Alinea 102 Parket bij de Hoge Raad 30 november 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 november 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AD5318.

4.7 Ik realiseer mij uiteraard dat de uitleg van een beding een feitelijke kwestie is en dat de interpretatie van de feitenrechter doorgaans zal moeten worden gerepecteerd.(12) In casu kan zijn oordeel de toets der kritiek niet doorstaan. Tegen de achtergrond van het debat in feitelijke aanleg, zoals kort weergegeven onder 2, heeft het Hof zich niet kunnen beperken tot de overweging dat "niet valt in te zien" dat art. 21 lid 4 AVGE niet mede ziet op een rechtspersoon als ABB.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ba67f4ada12d4079c5abc293a37440cc36b644206c086b3caa719973476b0a4e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ba67f4ada12d4079c5abc293a37440cc36b644206c086b3caa719973476b0a4e, en de alinea staat in dat document op bytes 36574 tot 37068.