Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 november 2001
Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 23 november 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 november 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AD5323.
8 Hieromtrent de conclusie van A-G Vranken, nr. 17, voorafgaand aan HR 26 januari 1996, NJ 1996, 361 en de noot van Ras onder het al aangehaalde arrest HR 24 september 1993, NJ 1994, 227, die terecht stelt dat het aankomt op de context waarin de term wordt gebruikt. De Hoge Raad wenst deze term overigens te reserveren voor rechterlijke beslissingen die onder voorbehoud zijn gegeven: HR 26 januari 1996, NJ 1996, 361 en HR 11 november 1996, NJ 1996, 376. Zie voorts Wiersma, diss. nr. 238.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3fcd371e57b20643b1a2d072f3540bb9fdbb5cb24e65432cf28b0f81501dd741. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3fcd371e57b20643b1a2d072f3540bb9fdbb5cb24e65432cf28b0f81501dd741, en de alinea staat in dat document op bytes 13655 tot 14159.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3fcd371e57b20643b1a2d072f3540bb9fdbb5cb24e65432cf28b0f81501dd741 | shasum -a 256