Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 december 2001
Alinea 21 Parket bij de Hoge Raad 21 december 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 december 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AD5352.
Het hof overwoog hiertoe kort gezegd dat het (ten aanzien van de primaire grondslag van de vordering) tot een andere waardering van de bewijslevering kwam dan de rechtbank (rov. 4.3). De verklaringen van de getuigen [de makelaar] en [adviseur A] over de beweerdelijk tussen partijen bereikte overeenstemming berusten immers, blijkens de inhoud daarvan, op eigen conclusies van de getuigen. Geen van beiden heeft op enigerlei wijze "kunnen refereren aan uitdrukkelijke of concrete bewoordingen van partijen waarmee dezen hun overeenstemmende wil jegens elkaar hebben verklaard." (rov. 4.5-4.7). De verklaring van [eiser 1] als partijgetuige, dat [verweerder] heeft gezegd dat hij met alle punten van de concept-overeenkomst akkoord was, staat op zichzelf (rov. 4.8). Nu de gestelde koopovereenkomst niet is bewezen, behoeft de discussie van partijen over de eventuele samenhang tussen de aanbetalingsclausule en het boetebeding, geen bespreking (rov. 4.10). Om dezelfde reden kan in het midden blijven of de getuigenverklaringen aan de zijde van [eisers], zijn ontzenuwd door de verklaringen van de in tegenverhoor naar voren gebrachte getuigen (rov. 4.14).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3c8a7188276c5d3579e5657a2acdb9d91430aca0df7ed42731383cac43ccc31e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3c8a7188276c5d3579e5657a2acdb9d91430aca0df7ed42731383cac43ccc31e, en de alinea staat in dat document op bytes 10865 tot 12034.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3c8a7188276c5d3579e5657a2acdb9d91430aca0df7ed42731383cac43ccc31e | shasum -a 256