Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 december 2001
Alinea 22 Parket bij de Hoge Raad 21 december 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 december 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AD5352.
Na afwijzing van de primaire vordering dient te worden beoordeeld of [verweerder] schadeplichtig is geworden doordat hij de tussen partijen gevoerde onderhandelingen ontijdig heeft afgebroken (rov. 5.2). Gelet op het zeer ver gevorderde stadium waarin de onderhande-lingen op 1 december 1995 waren gekomen, stond het [verweerder] inderdaad niet meer vrij deze onderhandelingen eenzijdig af te breken als financiering van de (voorlopig) overeenge-komen koopprijs mogelijk was (rov. 5.3). Gezien de omstandigheden van het geval, is echter niet komen vast te staan dat [verweerder] zich daartoe onvoldoende heeft ingespannen (rov. 5.4-5.6). Daarom zullen [eisers] worden toegelaten tot bewijs van hun stellingen. Het ligt tevens op hun weg de subsidiair gevorderde schade van f 250 000,- te specificeren (rov. 5.7-5.8).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3c8a7188276c5d3579e5657a2acdb9d91430aca0df7ed42731383cac43ccc31e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3c8a7188276c5d3579e5657a2acdb9d91430aca0df7ed42731383cac43ccc31e, en de alinea staat in dat document op bytes 12042 tot 12871.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3c8a7188276c5d3579e5657a2acdb9d91430aca0df7ed42731383cac43ccc31e | shasum -a 256