Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 december 2001

Alinea 28 Parket bij de Hoge Raad 21 december 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 december 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AD5352.

"dat een getuige, ook al was hij niet tegenwoordig bij het vervaardigen van een voorwerp, bij onderzoek waarneemt dat het naar een zekere werkwijze is gemaakt. Ook neemt de rechtspraak aan, dat indrukken, door een getuige bij zichzelf waargenomen, vermoedens kunnen vormen voor de waarheid van hetgeen niet voor uitwendige waarneming vatbaar is. Zo werd door HR 21 februari 1924, NJ 1924, blz. 491, de geldigheid aanvaard van een getuigenver-klaring, inhoudende de op eigen waarneming berustende mededeling, dat bij het lezen van de door de getuige ontvangen brief, bij hem geen twijfel is opgekomen over de juistheid van het daarin geschrevene."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3c8a7188276c5d3579e5657a2acdb9d91430aca0df7ed42731383cac43ccc31e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3c8a7188276c5d3579e5657a2acdb9d91430aca0df7ed42731383cac43ccc31e, en de alinea staat in dat document op bytes 15175 tot 15834.