Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 december 2001
Alinea 34 Parket bij de Hoge Raad 21 december 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 december 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AD5352.
Ten eerste is de bewijskracht van de verklaringen mede afhankelijk van het vermogen van de verhorende rechter om dóór te vragen en om de door de getuige gegeven antwoorden op technisch juiste wijze in zijn proces-verbaal vast te leggen.(9) Zo kunnen de onder 2.4 gegeven voorbeelden van mogelijke getuigenverklaringen zeer wel de weergave zijn van dezelfde verklaring, in proces-verbaal-vorm gedicteerd door telkens een andere rechter-commissaris. Voorzover die weergave op niet geheel gelukkig wijze is geschied, is het onredelijk dit ten laste te laten komen van de partij die met het bewijsrisico is belast. De rechters die het bijgebrachte bewijs beoordelen, dienen dan vanuit het oogpunt van fair play een nieuw verhoor te gelasten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3c8a7188276c5d3579e5657a2acdb9d91430aca0df7ed42731383cac43ccc31e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3c8a7188276c5d3579e5657a2acdb9d91430aca0df7ed42731383cac43ccc31e, en de alinea staat in dat document op bytes 18296 tot 19048.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3c8a7188276c5d3579e5657a2acdb9d91430aca0df7ed42731383cac43ccc31e | shasum -a 256