Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 december 2001
Alinea 35 Parket bij de Hoge Raad 21 december 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 december 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AD5352.
Ten tweede heeft de wetgever niet voor niets bepaald dat de rechter die het verhoor afneemt, zo mogelijk deel zal uitmaken van de combinatie die het bijgebrachte bewijs beoordeelt (art. 212 Rv). De appelrechter dient mede om deze reden terughoudend te zijn bij het geven van een andere waardering aan verklaringen van getuigen die in eerste instantie zijn voorgebracht, zonder dat hij de getuigen zelf heeft gehoord.(10) In andere Europese rechtsstelsels is dit zelfs verboden of althans met voorwaarden omringd.(11) Daaraan kan worden toegevoegd dat het in art. 6 EVRM verankerde recht op een eerlijk proces, dat in de strafvordering tot een ontwikkeling in de richting van het onmiddellijkheidsbeginsel aanleiding heeft gegeven, ook civielrechtelijk ertoe kan leiden dat het de appelrechter niet onder alle omstandigheden vrijstaat een afwijkende beoordeling te geven van het in eerste aanleg geleverde getuigenbewijs zonder dat hij de getuigen zelf heeft gehoord.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3c8a7188276c5d3579e5657a2acdb9d91430aca0df7ed42731383cac43ccc31e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3c8a7188276c5d3579e5657a2acdb9d91430aca0df7ed42731383cac43ccc31e, en de alinea staat in dat document op bytes 19056 tot 20035.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3c8a7188276c5d3579e5657a2acdb9d91430aca0df7ed42731383cac43ccc31e | shasum -a 256