Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 december 2001
Alinea 57 Parket bij de Hoge Raad 21 december 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 december 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AD5352.
2.10Het hof heeft, mede gelet op de verdere inhoud van de getuigenverklaringen, die een reeks op eigen waarneming berustende feiten en omstandigheden bevatten welke van belang kunnen zijn voor het probandum, al deze wendingen klaarblijkelijk letterlijk gelezen, dus als eigen conclusies van de getuigen. Het daartegen aan te voeren bezwaar had in de vorm van een motiveringsklacht kunnen worden gegoten, maar met hetzelfde recht kan worden gezegd - zoals het onderdeel verdedigt - dat het hof blijk heeft gegeven van een onjuiste rechtsopvat-ting omdat het klaarblijkelijk heeft miskend dat aan een getuigenverklaring ook betekenis kan toekomen voorzover de getuige een verklaring aflegt over de indrukken die bij hem ontstonden naar aanleiding van de gebeurtenissen die in zijn verklaring aan de orde komen, terwijl in het concrete geval redelijkerwijs niet kan worden betwijfeld dat dit laatste op essentiële punten het geval is. Het onderdeel slaagt dus.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3c8a7188276c5d3579e5657a2acdb9d91430aca0df7ed42731383cac43ccc31e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3c8a7188276c5d3579e5657a2acdb9d91430aca0df7ed42731383cac43ccc31e, en de alinea staat in dat document op bytes 25759 tot 26731.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3c8a7188276c5d3579e5657a2acdb9d91430aca0df7ed42731383cac43ccc31e | shasum -a 256