Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 december 2001

Alinea 68 Parket bij de Hoge Raad 21 december 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 december 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AD5352.

2.17Ik acht het subonderdeel gegrond. Geen rechtsregel brengt mee dat een overeenkomst slechts tot stand kan komen doordat partijen uitdrukkelijke en onderling overeenstemmende wilsverklaringen afleggen. De rechtsopvatting die hieraan ten grondslag ligt stamt uit het laboratorium van het privaatrecht; aan de thans geldende wet ligt een ander stelsel ten grondslag. Algemeen bekend - zonder twijfel ook bij het hof - is, dat een overeenkomst niet alleen kan ontstaan op grond van wilsovereenstemming tussen de contracterende partijen, maar ook op grond van het vertrouwensbeginsel: de geldigheid van een rechtshandeling berust op een dubbele grondslag.(16) Daarom moeten de artikelen 3:33 en 3:35 BW worden gezien als één samenhangend geheel, dat meebrengt dat vraag of een overeenkomst is totstandgekomen, afhankelijk is van hetgeen partijen over en weer hebben verklaard en uit elkaars verklaringen en gedragingen hebben afgeleid en in de gegeven omstandigheden mochten afleiden.(17) Voorts hoeven aanbod en aanvaarding krachtens art. 3:37 lid 1 BW niet uitdrukkelijk plaats te vinden. Zij kunnen in elke vorm geschieden en kunnen besloten liggen in een of meer gedragingen.(18) De eis van op elkaar aansluitende uitdrukkelijke wilsverkla-ringen mag dus niet worden gesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3c8a7188276c5d3579e5657a2acdb9d91430aca0df7ed42731383cac43ccc31e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3c8a7188276c5d3579e5657a2acdb9d91430aca0df7ed42731383cac43ccc31e, en de alinea staat in dat document op bytes 31649 tot 32942.