Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 december 2001

Alinea 71 Parket bij de Hoge Raad 21 december 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 december 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AD5352.

2.19Het subonderdeel faalt. Op zichzelf is het juist dat het ontbreken van wilsovereen-stemming nog niet betekent dat geen overeenkomst tot stand is gekomen, maar in de feitelijke instanties hebben [eisers] aan hun vordering niet mede - kort gezegd - een beroep op het vertrouwensbeginsel ten grondslag gelegd. Aangezien voor de beoordeling van deze rechtsgrond een enigszins ander feitencomplex relevant is dan voor de beoordeling van de door [eisers] wél gestelde wilsovereenstemming, zou [verweerder] tekort worden gedaan in zijn recht zich te verdedigen en zou het hof buiten de grenzen van de rechtsstrijd zijn getreden, als het hof de vordering op deze grond had toegewezen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3c8a7188276c5d3579e5657a2acdb9d91430aca0df7ed42731383cac43ccc31e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3c8a7188276c5d3579e5657a2acdb9d91430aca0df7ed42731383cac43ccc31e, en de alinea staat in dat document op bytes 34022 tot 34716.