Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 december 2001

Alinea 77 Parket bij de Hoge Raad 21 december 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 december 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AD5352.

[verweerder] voert in zijn schriftelijke toelichting(21) een tweetal argumenten aan ten betoge dat over het vorenstaande in het onderhavige geval anders zou moeten worden gedacht. Ten eerste wijst hij erop dat de rechtbank haar meergenoemde oordeel heeft gegeven in het kader van de primaire grondslag van de vordering, terwijl het hof een daarmee strijdige beoordeling heeft gegeven bij de bespreking van de subsidiaire grondslag daarvan. Dat is op zichzelf waar, maar brengt in het vorenstaande geen wijziging omdat de gemelde eindbeslis-sing in het nadeel van [verweerder] een einde maakte aan de tussen partijen gevoerde discussie over de vraag of [verweerder] zich voldoende had ingespannen om de benodigde financiering rond te krijgen. Omdat [verweerder] deze beslissing in hoger beroep niet heeft aangevallen, staat deze voor het vervolg van de procedure tussen partijen vast, onverschillig het kader waarbinnen hun verdere processuele debat zich afspeelt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3c8a7188276c5d3579e5657a2acdb9d91430aca0df7ed42731383cac43ccc31e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3c8a7188276c5d3579e5657a2acdb9d91430aca0df7ed42731383cac43ccc31e, en de alinea staat in dat document op bytes 36994 tot 37972.