Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 december 2001

Alinea 93 Parket bij de Hoge Raad 21 december 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 december 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AD5352.

11 In Duitsland is de appelrechter, die tot een afwijkende beoordeling van in eerste instantie geleverd en schriftelijk vastgelegd getuigenbewijs wil komen, in beginsel niet gehouden de getuigen opnieuw te horen op de enkele grond van die andere waardering. Het aantal uitzonderingen op deze hoofdregel is echter talrijk. Zo is de appelrechter wél tot een nieuw verhoor verplicht als hij het proces-verbaal van getuigenverhoor te vaag acht, als hij twijfelt aan de precieze betekenis van de formulering van proces-verbaal, als hij aan deze formulering een andere uitleg wil geven dan de eerste rechter heeft gedaan, als hij aan de verklaring een andere betekenis wil toekennen dan daaraan naar de regels van een grammaticale uitleg toekomt, als de opgenomen getuigenverklaring naar het oordeel van de appelrechter onduidelijk is, als de eerste rechter zijn oordeel mede op de geloofwaardigheid van de getuigen heeft gebaseerd en als de appelrechter zelf twijfels aan deze geloofwaardigheid heeft (Baumbach/Lauterbach, Zivilprozessordnung, 1997, aantt. 5 en 6 bij § 526 ZPO).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3c8a7188276c5d3579e5657a2acdb9d91430aca0df7ed42731383cac43ccc31e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3c8a7188276c5d3579e5657a2acdb9d91430aca0df7ed42731383cac43ccc31e, en de alinea staat in dat document op bytes 41589 tot 42678.