Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 december 2001
Alinea 31 Parket bij de Hoge Raad 7 december 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 december 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AD5357.
2.5 Volgens de aanhangers van de Einwendungstheorie moet een beroep van de schuldenaar dat een opschortende voorwaarde is overeengekomen welke niet is vervuld, als een beroep op een bevrijdend feit worden gekwalificeerd.(10) De bewijslast ten aanzien van het bestaan en het niet-vervuld zijn van die voorwaarde rust in deze visie op de schuldenaar die daarop een beroep doet. Slaagt deze niet in dat bewijs, dan moet het ontstaan van de verbintenis worden aangenomen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fabfde3f810ede5eee8a46a7b78c8426b7e7691966b2099a83fcac681402b63a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fabfde3f810ede5eee8a46a7b78c8426b7e7691966b2099a83fcac681402b63a, en de alinea staat in dat document op bytes 14661 tot 15141.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fabfde3f810ede5eee8a46a7b78c8426b7e7691966b2099a83fcac681402b63a | shasum -a 256