Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 december 2001
Alinea 33 Parket bij de Hoge Raad 7 december 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 december 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AD5357.
2.7 Het onderhavige geval heeft als bijzonder kenmerk dat de bewoordingen waarin de overeenkomst is gesteld, het voorwaardelijk karakter daarvan impliceren. De te beantwoorden vraag is dus niet of tussen partijen een voorwaarde is overeengekomen, maar hoe deze voorwaarde luidt. Onder deze omstandigheden heeft het hof in zijn tussenarrest terecht [verweerder] bewijs opgedragen van zijn stelling dat deze woorden (natuurlijk niet een onvoorwaardelijke verbintenis voor Probis inhielden maar) een onvoorwaardelijke verbintenis inhielden om [verweerder] uit zijn aansprakelijkheid of borgstelling te ontslaan.(12)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fabfde3f810ede5eee8a46a7b78c8426b7e7691966b2099a83fcac681402b63a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fabfde3f810ede5eee8a46a7b78c8426b7e7691966b2099a83fcac681402b63a, en de alinea staat in dat document op bytes 15302 tot 15928.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fabfde3f810ede5eee8a46a7b78c8426b7e7691966b2099a83fcac681402b63a | shasum -a 256