Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 december 2001

Alinea 36 Parket bij de Hoge Raad 7 december 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 december 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AD5357.

2.9 Het cassatiemiddel bevat echter niet de klacht dat het hof een ontoelaatbare verrassingsbeslissing heeft genomen. En voorzover daarin de klacht besloten ligt dat het hof zijn eigen tussenarrest onbegrijpelijk heeft uitgelegd(15), kan deze Probis geen baat brengen omdat de formulering van een bewijsopdracht in hoger beroep in beginsel steeds een voorlopig karakter heeft en de appelrechter daaraan in het verdere verloop van het geding dus niet is gebonden.(16) Dit zou slechts anders zijn als in dit opzicht van een eindbeslissing sprake was, maar dat is gesteld noch gebleken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fabfde3f810ede5eee8a46a7b78c8426b7e7691966b2099a83fcac681402b63a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fabfde3f810ede5eee8a46a7b78c8426b7e7691966b2099a83fcac681402b63a, en de alinea staat in dat document op bytes 17881 tot 18477.