Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 december 2001

Alinea 42 Parket bij de Hoge Raad 7 december 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 december 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AD5357.

In samenhang met de omstandigheden (a) dat tussen partijen vaststaat dat Indeko tijdens het verlijden van de akte in een bijzonder slechte financiële positie verkeerde, (b) dat de bedrijfsvoering van [verweerder] volstrekt onvoldoende was en (c) dat een dochtermaatschappij van Probis de enige klant en opdrachtgever van Indeko was(19) - bezien in het licht van de algemene ervaringsregel dat iemand die welbewust in een wespennest stapt, dit niet pleegt te doen zonder voorzorgsmaatregelen te hebben getroffen(20) - acht ook ik het onbegrijpelijk dat het hof onder de gegeven omstandigheden heeft geoordeeld dat de inhoud van de voorwaarde waarvan de verbintenis van Probis afhankelijk is, onvoldoende is komen vast te staan. Daaraan kan de door het hof aangehaalde omstandigheid dat Probis zich van een waaier van - niet allemaal even sterke - verweren heeft bediend, niet afdoen. Anders dan het hof heeft geoordeeld mag dit niet aan een procespartij worden tegengeworpen(21), tenzij het procesdossier aanwijzingen bevalt dat deze verweren met elkaar verstrengeld zijn en niet onafhankelijk van elkaar moeten worden beoordeeld, zoals in beginsel moet worden aangenomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fabfde3f810ede5eee8a46a7b78c8426b7e7691966b2099a83fcac681402b63a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fabfde3f810ede5eee8a46a7b78c8426b7e7691966b2099a83fcac681402b63a, en de alinea staat in dat document op bytes 21164 tot 22349.