Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 december 2001

Alinea 52 Parket bij de Hoge Raad 7 december 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 december 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AD5357.

6 In HR 21 oktober 1988, NJ 1989, 80 kwam deze vraag met betrekking tot een ontbindende voorwaarde aan de orde. Dat arrest biedt m.i. echter nauwelijks steun in de onderhavige zaak. De Hoge Raad heeft zich in deze zaak, waarin een partij bij een koopovereenkomst met een ontbindende voorwaarde van non-financiering een beroep deed op die voorwaarde, alleen uitgesproken over de bewijslastverdeling ten aanzien van de vervulling van de voorwaarde, waarvan het bestaan en de inhoud vaststonden. Hij besliste dat de bewijslast met betrekking tot de feiten waaruit het vervuld zijn van een ontbindende voorwaarde blijkt, in beginsel rust op de partij die een beroep op die ontbindende voorwaarde doet.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fabfde3f810ede5eee8a46a7b78c8426b7e7691966b2099a83fcac681402b63a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fabfde3f810ede5eee8a46a7b78c8426b7e7691966b2099a83fcac681402b63a, en de alinea staat in dat document op bytes 23123 tot 23834.