Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 december 2001

Alinea 20 Parket bij de Hoge Raad 18 december 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 december 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AD5376.

5. Voor zover het middel erover klaagt dat het hof niet gemotiveerd heeft waarom het de getuigenverklaringen betrouwbaar acht, mist het - gelet op het vorenweergegevene - feitelijke grondslag. Tot een nadere motivering was het hof niet gehouden. De omstandigheid dat de herkenning van verzoeker tot stand is gekomen door een enkelvoudige confrontatie maakt dit niet anders (HR 17 november 1992, NJ 1993, 408, m.nt. ThWvV; HR 27 juni 2000, NJ 2000, 580). Dat het hof de getuigenverklaringen als betrouwbaar heeft aangemerkt acht ik - anders dan de steller van het middel - niet onbegrijpelijk nu deze verklaringen blijkens de gebezigde bewijsmiddelen op essentiële inhoudelijke punten met elkaar overeenstemmen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e556ba2f12a3e3c7f1b3a79a20e60b54583899ce412a716511d78a99105db920. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e556ba2f12a3e3c7f1b3a79a20e60b54583899ce412a716511d78a99105db920, en de alinea staat in dat document op bytes 7864 tot 8588.