Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 november 2001

Alinea 8 Parket bij de Hoge Raad 13 november 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 november 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AD5455.

4. Een beknopt historisch onderzoek levert het volgende op. In het Wetboek van Strafvordering van 1838 was dit onderwerp geregeld in de artt. 257 tot en met 269 Sv. Het opschrift van wat destijds Titel VIII was luidde "Van de vervolging en teregtstellen van regterlijke ambtenaren ter zake van misdrijven door hen gedurende den tijd hunner bediening bedreven". Deze woorden kwamen ook terug in de tekst van art. 257 Sv. (1) De regeling hield in dat rechterlijk ambtenaren bij kantongerechten en rechterbanken voor het hof, rechterlijk ambtenaren bij hof en Hoge Raad voor de Hoge Raad terecht moesten staan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7ef871f373941f7e953f7e07290c5410fc8e77b2e3c8d9179313c1315c4d1a18. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7ef871f373941f7e953f7e07290c5410fc8e77b2e3c8d9179313c1315c4d1a18, en de alinea staat in dat document op bytes 5867 tot 6490.