Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 november 2001
Alinea 55 Parket bij de Hoge Raad 16 november 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 november 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AD5483.
4.7 Het lijkt mij duidelijk dat het antwoord op ten minste een aantal van deze vragen niet bevestigend kán luiden. De wetgever heeft dat, gezien de bewoordingen van art. 7:658 BW (waarin sprake is van "lokalen"(6)) onmiskenbaar niet bedoeld, terwijl de consequenties moeilijk aanvaardbaar zouden zijn. Zou men voor alle onder 4.6 genoemde gevallen aannemen dat sprake is van een "werkplek" in de zin van art. 7:658 BW dan zou dat er immers, onder veel meer, toe leiden dat werknemers aan de rechter zouden kunnen vragen een bevel aan de werkgever te geven om - ik blijf bij de voorbeelden - de snelweg, het kilometers lange bospad of zelfs de stoep van de werknemers schoon te maken. Of om bijvoorbeeld op jacht te gaan naar een - naar hij weet - uit een circus ontsnapte gevaarlijke tijger(7) die zich met een niet denkbeeldige kans zou kunnen ophouden nabij het bospad.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/926bbcd3ebd867a62f109b097c8e4378f504c1537efd2dba3a3741eac3f89fa4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 926bbcd3ebd867a62f109b097c8e4378f504c1537efd2dba3a3741eac3f89fa4, en de alinea staat in dat document op bytes 17454 tot 18339.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/926bbcd3ebd867a62f109b097c8e4378f504c1537efd2dba3a3741eac3f89fa4 | shasum -a 256