Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 december 2001

Alinea 22 Parket bij de Hoge Raad 18 december 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 december 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AD5593.

Het is aan de feitenrechter om te beoordelen of die omstandigheden van zodanige aard zijn dat iemands aanwezigheid op een bepaalde plaats hem in redelijkheid tot verdachte kon maken. Dat oordeel kan in cassatie slechts op zijn begrijpelijkheid worden getoetst.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bcc308376a6b15e69d7ff36b59b49b4f5cd8bdddf162f9eb3875d333cfb6dda3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bcc308376a6b15e69d7ff36b59b49b4f5cd8bdddf162f9eb3875d333cfb6dda3, en de alinea staat in dat document op bytes 12060 tot 12333.