Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 december 2001

Alinea 31 Parket bij de Hoge Raad 14 december 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 december 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AD6098.

2.3 In de onderhavige zaak blijkt uit de schriftelijke toelichting(5) dat het middel is geïnspireerd door de tussenzin uit de tweede alinea van het onder 2.1 van deze conclusie gegeven citaat: "behoudens bijzondere omstandigheden, waarvan hier niet is gebleken". In de kern strekt het middel ten betoge dat in het onderhavige geval wél van zodanige bijzondere omstandigheden sprake is, althans van een bijzondere verhouding tussen partijen die het treffen van de gevraagde voorziening rechtvaardigt. Onder deze omstandigheden, aldus nog steeds de schriftelijke toelichting(6), is het "niet meer dan fair te achten dat door [verweerster] zekerheid wordt gesteld". Deze stelling wordt onderbouwd met een tweetal aan de wet ontleende analogieën die door de onderdelen b en c naar voren worden geschoven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9dbd67820196045f6be9a6601449c9ec902c7a987299816f01da17d168cffde9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9dbd67820196045f6be9a6601449c9ec902c7a987299816f01da17d168cffde9, en de alinea staat in dat document op bytes 13640 tot 14456.