Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 december 2001

Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 14 december 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 december 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AD6098.

2.8 Zoals gezegd zal ik deze vragen nu eerst bespreken vanuit de invalshoek of de maatstaven van redelijkheid en billijkheid zoals bedoeld in art. 6:2 BW, afgezien van een daartoe strekkende (post)contractuele verplichting, in het onderhavige geval de gehoudenheid meebrengen de verlangde garantie te stellen. Daarbij verdient aantekening dat er geen specifieke wettelijke bepaling bestaat waaruit de verplichting tot het stellen van een bankgarantie voor een aannemelijk te achten schuld voortvloeit. Daarom spitst de beoordeling zich toe op de vraag of een dergelijke verplichting past in het stelsel van de wet en aansluit bij de daarin wél geregelde gevallen.(8) Ik meen dat dit niet zo is. Daarvoor zijn in de kern de volgende redenen aan te voeren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9dbd67820196045f6be9a6601449c9ec902c7a987299816f01da17d168cffde9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9dbd67820196045f6be9a6601449c9ec902c7a987299816f01da17d168cffde9, en de alinea staat in dat document op bytes 19802 tot 20571.