Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 december 2001

Alinea 40 Parket bij de Hoge Raad 14 december 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 december 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AD6098.

2.9 Een bankgarantie schept voor de schuldeiser tegenover wie de garantie is gesteld, een oneigenlijke preferentie. Hiermee worden de rechtsfiguren bedoeld die een feitelijke voorrang bij verhaal scheppen buiten de door de wet erkende redenen van voorrang om, zoals bedoeld in art. 3:277 lid 1 (slot) BW.(9) Bij de totstandkoming van het thans geldende BW heeft de wetgever al deze figuren kritisch bezien en een groot aantal daarvan geschrapt. Dit sloot aan bij zijn streven het stelsel van voorrechten, dat een wildgroei had doorgemaakt, te saneren, aan welk streven een inventariserend en adviserend rapport van de Commissie-Houwing(10) ten grondslag heeft gelegen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9dbd67820196045f6be9a6601449c9ec902c7a987299816f01da17d168cffde9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9dbd67820196045f6be9a6601449c9ec902c7a987299816f01da17d168cffde9, en de alinea staat in dat document op bytes 20591 tot 21273.