Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 december 2001
Alinea 41 Parket bij de Hoge Raad 14 december 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 december 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AD6098.
2.10 In dit licht vertoont de driepartijenverhouding schuldenaar/bank/begunstigde een bijzonder aspect. De bank die de garantie stelt is daartoe in verhouding tot zijn cliënt, de schuldenaar, uiteraard niet voor niets bereid. Ook als de garantie niet (met succes) wordt ingeroepen is de schuldenaar/cliënt een provisie verschuldigd voor de door de bank verleende dienst. Bovendien zal de bank in verhouding tot de cliënt ervoor zorgen zekerheid te hebben van verhaal voor het geval de garantie wél met succes wordt ingeroepen, bijvoorbeeld doordat daartoe het saldo van een bij de bank aangehouden rekening geheel of ten dele wordt geblokkeerd. Deze beide aspecten betekenen dat de verhaalspositie van de overige schuldeisers door het stellen van de bankgarantie nadelig wordt beïnvloed, zulks ten gunste van één van hen. De contractvrijheid brengt mee dat de schuldenaar deze bevoegdheid toch heeft, met dien verstande dat deze aan de grenzen is gebonden door de artikelen 3:45 e.v. BW en 42 e.v. Fw. Zowel het aan art. 3:277 BW ten grondslag liggende paritasbeginsel als het beginsel van partij-autonomie brengt evenwel mee dat de schuldenaar in beginsel niet tot stellen van een bankgarantie is gehouden als daartoe geen contractuele verplichting bestaat.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9dbd67820196045f6be9a6601449c9ec902c7a987299816f01da17d168cffde9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9dbd67820196045f6be9a6601449c9ec902c7a987299816f01da17d168cffde9, en de alinea staat in dat document op bytes 21293 tot 22571.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9dbd67820196045f6be9a6601449c9ec902c7a987299816f01da17d168cffde9 | shasum -a 256