Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 december 2001

Alinea 43 Parket bij de Hoge Raad 14 december 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 december 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AD6098.

2.12 Aanvaarding van een zodanige verplichting sluit evenmin aan bij de in de wet geregelde gevallen. Integendeel zelfs. Zoals ook al naar voren is gebracht door Hartkamp in zijn onder 2.2 aangehaalde conclusie, biedt art. 705 lid 2 Rv een tegenargument. De wetgever gaat hier niet verder dan te bepalen dat als voldoende (vervangende) zekerheid wordt gesteld, het conservatoire beslag moet worden opgeheven (omdat de schuldeiser bij het handhaven daarvan dan onvoldoende belang behoudt). De wetgever heeft niet bepaald dat de schuldenaar tot stellen van deze zekerheid is gehouden. Het beslag zelf biedt immers de zekerheid die de wet (naar de mogelijkheid) aan schuldeiser ten dienste stelt, welke zekerheid echter relatief van aard is, zoals blijkt uit hetgeen onder 2.11 van deze conclusie is opgemerkt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9dbd67820196045f6be9a6601449c9ec902c7a987299816f01da17d168cffde9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9dbd67820196045f6be9a6601449c9ec902c7a987299816f01da17d168cffde9, en de alinea staat in dat document op bytes 23646 tot 24466.