Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 december 2001
Alinea 44 Parket bij de Hoge Raad 14 december 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 december 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AD6098.
Op dezelfde gedachtegang is art. 6:55 BW gebaseerd. Een op zichzelf gerechtvaardigd opschortingsrecht (overigens eveneens een geval van een oneigenlijke en bovendien nog indirect werkend 'preferentie') mag in beginsel niet meer worden uitgeoefend zodra voldoende zekerheid is gesteld voor de voldoening van de verbintenis van de wederpartij. Ook hier heeft de wetgever niet aan de desbetreffende partij de verplichting opgelegd om zekerheid te stellen. Dat zou immers een inbreuk betekenen op het aan art. 3:277 lid 1 BW ten grondslag liggende paritasbeginsel en op het beginsel van de partij-autonomie.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9dbd67820196045f6be9a6601449c9ec902c7a987299816f01da17d168cffde9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9dbd67820196045f6be9a6601449c9ec902c7a987299816f01da17d168cffde9, en de alinea staat in dat document op bytes 24474 tot 25090.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9dbd67820196045f6be9a6601449c9ec902c7a987299816f01da17d168cffde9 | shasum -a 256