Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 december 2001
Alinea 45 Parket bij de Hoge Raad 14 december 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 december 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AD6098.
2.13 In dit licht houdt onderdeel b van het middel geen steek wanneer men het beoordeelt vanuit de vraag of de wet, afgezien van een daartoe strekkende overeenkomst, in het onderhavige geval de verplichting tot het stellen van de verlangde garantie meebrengt. Het is immers niet waar dat het stellen van zekerheid een minder verstrekkende voorziening is dan een veroordeling in kort geding tot voldoening van een geldvordering. Het kortgeding-vonnis waarin een schuldenaar is veroordeeld om aan zijn schuldeiser een geldvordering te voldoen, verschaft immers geen feitelijke preferentie aan deze schuldeiser aangezien hij het desbetreffende bedrag zal moeten restitueren als dat vonnis in hoger beroep wordt vernietigd of als daaraan door een andersluidend bodemvonnis de grondslag komt te ontvallen.(13) En de Hoge Raad(14) legt de in kort geding oordelende rechter vrij strak aan banden bij de toewijzing van een geldvordering, juist mede wat dit restitutierisico betreft (waarvoor zelfs, als daartoe naar het oordeel van de president aanleiding is, zekerheid moet worden gesteld). Het stellen van een bankgarantie verschaft de begunstigde schuldeiser echter, zoals gezien, wel degelijk een feitelijke preferentie voor het verhaal van zijn vordering.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9dbd67820196045f6be9a6601449c9ec902c7a987299816f01da17d168cffde9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9dbd67820196045f6be9a6601449c9ec902c7a987299816f01da17d168cffde9, en de alinea staat in dat document op bytes 25128 tot 26393.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9dbd67820196045f6be9a6601449c9ec902c7a987299816f01da17d168cffde9 | shasum -a 256