Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 december 2001

Alinea 56 Parket bij de Hoge Raad 7 december 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 december 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AD6774.

5.3. Een bijtelling in de vorm van een negatieve persoonlijke verplichting vormt een (fictief) bestanddeel van het binnenlands inkomen (art. 48, lid 3, onderdeel c Wet IB 1964). Een dergelijke bijtelling is derhalve in beginsel een 'Item of income' in de zin van art. 22, lid 1 van het Verdrag. In die zin ook, ten aanzien van art. 22, lid 1 van het OESO-Modelverdrag, een aantal schrijvers onder wie Brouwer en Van Dijck17. Zie over deze kwalificatie ook mijn collega Wattel in par. 6.40. van zijn conclusie voor HR 27 oktober 2000, nr. C99/009, V-N 2000/49.19, blz. 4511 e.v. (hierna aangehaald in par. 5.10.).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dd52c0fc8974f6a860555d45bf302d5a6bf2f733ea8ab1b2659075a9047b8e8b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dd52c0fc8974f6a860555d45bf302d5a6bf2f733ea8ab1b2659075a9047b8e8b, en de alinea staat in dat document op bytes 23002 tot 23628.