Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 december 2001

Alinea 60 Parket bij de Hoge Raad 7 december 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 december 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AD6774.

5.6. De vraag hoe een niet tot het onzuivere inkomen, maar wel tot het inkomen behorende fictieve bate voor verdragsdoeleinden moet worden geduid is naar aanleiding van de Wielockx-arresten20 ook gerezen ten aanzien van afnemingen van een door een buitenlander gevormde fiscale oudedagsreserve. Ook in dat geval is toepassing van het restartikel verdedigd21, maar is ook betoogd dat dergelijke afnemingen moeten worden aangemerkt als een nagekomen bate uit onderneming.22 Voor kwalificatie als (nagekomen) winst uit onderneming valt veel te zeggen. Weliswaar vormen de toevoegingen aan de fiscale oudedagsreserve ingevolge art. 3, lid 3 Wet IB 1964 een correctie bij de herleiding van het onzuiver inkomen tot het inkomen, maar de toevoegingen aan de oudedagsreserve worden sinds 1992 uitsluitend uitgedrukt in een percentage van de winst. In feite komt de dotatie ook ten laste van de winst. Men zou dus kunnen zeggen dat ook een afneming van de oudedagsreserve in een later jaar (hoewel voor binnenlandse belastingplichtigen wederom beschouwd een correctiepost op het onzuivere inkomen bij de herleiding van dat onzuivere inkomen tot het inkomen) materieel gezien vertraagd genoten 'winst' vormt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dd52c0fc8974f6a860555d45bf302d5a6bf2f733ea8ab1b2659075a9047b8e8b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dd52c0fc8974f6a860555d45bf302d5a6bf2f733ea8ab1b2659075a9047b8e8b, en de alinea staat in dat document op bytes 24796 tot 26007.