Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 september 2001
Alinea 47 Parket bij de Hoge Raad 14 september 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 september 2001, ECLI:NL:PHR:2001:ZC3637.
Tussen partijen is wel degelijk een vaststellingsovereenkomst gesloten, waarvan de totstandkoming in de tussen hen gevoerde correspondentie besloten ligt (rov. 6.1). Toen [eiser] niet bereid bleek de in de bankgarantie bedoelde schriftelijke verklaring af te leggen, was MTN gerechtigd zich tot een deskundige als bindend adviseur te wenden. Ten onrechte heeft [eiser] de deskundige zodanig onder druk gezet, dat deze zich heeft teruggetrokken. [Eiser] heeft MTN aldus de mogelijkheid ontnomen het in de bankgarantie genoemde bedrag te incasseren. Daarom dient hij zijn betalingsverplichtingen jegens MTN alsnog na te komen tot het maximumbedrag van de bankgarantie (rov. 6.3). [Eiser] dient ook het door MTN betaalde voorschot aan de deskundige voor zijn rekening te nemen (rov. 6.4). Nu de vordering die [eiser] thans in reconventie instelt, berust op een geschil dat in de vaststellingsovereenkomst was betrokken, kan hij niet worden ontvangen in deze vordering (rov. 6.5).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c71c712fe5adaae95a786aad41d14c655db13aec828f5c00d8868ab4b1c7d1d2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c71c712fe5adaae95a786aad41d14c655db13aec828f5c00d8868ab4b1c7d1d2, en de alinea staat in dat document op bytes 13823 tot 14812.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c71c712fe5adaae95a786aad41d14c655db13aec828f5c00d8868ab4b1c7d1d2 | shasum -a 256