Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2001

Alinea 33 Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2001, ECLI:NL:PHR:2001:ZC3639.

2.3 Indien aan de voorwaarden voor toewijzing van het verzoek, zoals bedoeld in art. 1:253t, tweede lid, is voldaan, wordt het verzoek toegewezen, tenzij, mede in het licht van de belangen van een andere ouder, gegronde vrees bestaat dat bij inwilliging de belangen van het kind zouden worden verwaarloosd, aldus het derde lid. I. Jansen (Personen- en Familierecht, losbl., Afd. 1.14.3a, Algemeen, aant. 1) leidt uit deze formulering af dat het verzoek in beginsel toewijsbaar is, en dat voor afwijzing een sterke contra-indicatie moet bestaan. In de wetsgeschiedenis zijn op een aantal plaatsen voorbeelden gegeven van situaties waarin het verzoek zou moeten worden afgewezen:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5d737cbaef71f630d314d05d3398bcfb195041a077d872daa8f4f98d78c0af4a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5d737cbaef71f630d314d05d3398bcfb195041a077d872daa8f4f98d78c0af4a, en de alinea staat in dat document op bytes 12495 tot 13186.