Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 september 2001

Alinea 73 Parket bij de Hoge Raad 21 september 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 september 2001, ECLI:NL:PHR:2001:ZC3653.

3.13 Als het onderdeel zo moet worden gelezen, dat volgens de steller daarvan ook de resterende drie omstandigheden van het geval uitdrukkelijk door de rechtbank hadden moeten worden besproken, rijst allereerst de vraag of [eiseres] in de feitelijke instanties een (voor de tegenpartij en de rechter voldoende kenbaar) beroep op deze omstandigheden heeft gedaan. Het onderdeel verwijst daartoe naar "pos. 9-11 van 29 mei 1998". In de op deze datum door [eiseres] genomen akte tref ik echter noch op de aangegeven plaats, noch elders, (voldoende kenbare) stellingen van deze aard aan. Ik meen dan ook dat het onderdeel in zoverre feitelijke grondslag mist.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/91e2d722fd7efce8d99ff7fc4e73b43007d104b2f9ada8f486da276068dd13f7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 91e2d722fd7efce8d99ff7fc4e73b43007d104b2f9ada8f486da276068dd13f7, en de alinea staat in dat document op bytes 28435 tot 29103.