Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 september 2001
Alinea 77 Parket bij de Hoge Raad 21 september 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 september 2001, ECLI:NL:PHR:2001:ZC3653.
3.15 Onderdeel 6 betoogt dat de rechtbank bij de afwijzing van het beroep op verrekening in rov. 3.8 van het eindarrest (lees: eindvonnis), niet ermee mocht volstaan te overwegen dat de juistheid van dat verweer niet op eenvoudige wijze is vast te stellen. Volgens de steller van het onderdeel volgt uit de omstandigheden van het geval dat "het met de afkoop gemoeide bedrag op één of andere wijze in het vermogen van [verweerster] (moet) zijn gevloeid", althans ten minste voor een gedeelte. Onder deze omstandigheden lag het op de weg van de weduwe om te bewijzen dat de afkoopsom niet geheel of ten dele in haar vermogen was gevloeid, althans om feiten aan te voeren die inzicht konden geven in de verdeling van de nalatenschap van wijlen [betrokkene B].
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/91e2d722fd7efce8d99ff7fc4e73b43007d104b2f9ada8f486da276068dd13f7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 91e2d722fd7efce8d99ff7fc4e73b43007d104b2f9ada8f486da276068dd13f7, en de alinea staat in dat document op bytes 31192 tot 31965.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/91e2d722fd7efce8d99ff7fc4e73b43007d104b2f9ada8f486da276068dd13f7 | shasum -a 256