Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 oktober 2001

Alinea 89 Parket bij de Hoge Raad 5 oktober 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 oktober 2001, ECLI:NL:PHR:2001:ZC3669.

32) Er zouden, in het licht van het hiervóór over de rechtspraak van de HR en van het EHRM gezegde, op zijn minst gewichtige redenen aan te wijzen moeten zijn, wilde [eiseres'] verzoek met toepassing van de aan art. 6 EVRM ontleende norm kunnen worden afgewezen danwel, bij toetsing aan art. 144 Rv, als "misbruik" kunnen worden gekwalificeerd. Zulke redenen worden in het tussenvonnis van de Rechtbank niet aangegeven. Ik meen ook dat die in het dossier niet zijn aan te wijzen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0d80e43d50c8b56cae77e2bf6dde0aeb1e51de16580605dd48c9ecb035bc73da. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0d80e43d50c8b56cae77e2bf6dde0aeb1e51de16580605dd48c9ecb035bc73da, en de alinea staat in dat document op bytes 27637 tot 28131.