Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 oktober 2001

Alinea 97 Parket bij de Hoge Raad 5 oktober 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 oktober 2001, ECLI:NL:PHR:2001:ZC3669.

36) Bij het op grond van art. 6 EVRM erkende "in beginsel"-recht op mondeling gehoor, heeft het EHRM als relevant gezichtspunt meegewogen dat de kennisneming van partijstandpunten en van bewijsmateriaal op een mondelinge behandeling ter terechtzitting wél tot de overtuiging van de rechter, en tot de juiste beoordeling van het aangedragen materiaal bijdraagt, of daartoe wezenlijk kán bijdragen29, in elk geval in die instanties waarin ook beoordeling van de feiten aan de orde is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0d80e43d50c8b56cae77e2bf6dde0aeb1e51de16580605dd48c9ecb035bc73da. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0d80e43d50c8b56cae77e2bf6dde0aeb1e51de16580605dd48c9ecb035bc73da, en de alinea staat in dat document op bytes 31027 tot 31524.