Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2001
Alinea 32 Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2001, ECLI:NL:PHR:2001:ZC3673.
2.5 Op deze jurisprudentie is vrij veel kritiek geuit(10); de kern van deze kritiek is dat de weegschaal te ver doorslaat naar de rechtszekerheid in gevallen waarin de appellant het termijnverzuim op geen enkele wijze verweten kan worden. Deze kritiek is voor de Hoge Raad vooralsnog geen aanleiding geweest om zijn koers te wijzigen. Wél heeft de Hoge Raad in een bijstands-verhaalzaak(11), waarin een cassatietermijn gold van twee maanden, terwijl de bestreden beschikking was verzonden tien dagen nadat zij was uitgesproken, - ter weerlegging van een beroep op art. 14 IVBPR en art. 6 EVRM - overwogen dat, aannemende dat de betrokkene pas na verzending kennis kreeg van de bestreden beschikking, voor hem voldoende tijd resteerde om beroep in te stellen. Maar waarschijnlijk moet in deze overweging geen tendens tot verruiming van de eerdergenoemde rechtspraak worden gezien omdat in die procedure de Awb van toepassing was en dus ook art. 6:11 Awb.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d2da3c8eaa28ff1f19c515b47b8ab05f2a76545c9cd23d41b0cf9dddc6885aad. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d2da3c8eaa28ff1f19c515b47b8ab05f2a76545c9cd23d41b0cf9dddc6885aad, en de alinea staat in dat document op bytes 11600 tot 12567.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d2da3c8eaa28ff1f19c515b47b8ab05f2a76545c9cd23d41b0cf9dddc6885aad | shasum -a 256