Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2001
Alinea 34 Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2001, ECLI:NL:PHR:2001:ZC3673.
2.7 Hoe dat zij, van een bijzonder geval zoals evenbedoeld kan in de onderhavige zaak niet worden gesproken. [Eiser] had immers aanleiding erop verdacht te zijn dat de rechtbank op 21 december 1999 een beschikking zou wijzen. Uit het proces-verbaal van de op 7 december 2000 gehouden mondelinge behandeling blijkt namelijk dat toen is medegedeeld dat de rechtbank er naar streefde om op 21 december 2000 uitspraak te doen. [Eiser] is derhalve in de gelegenheid geweest deze datum te agenderen en bij het uitblijven van een beschikking tijdig navraag te doen bij de griffie. Door dat achterwege te laten, schoot hij tekort in de van hem te verwachten zorg voor zijn eigen belangen. Onder deze omstandigheden is er geen aanleiding om een inbreuk te bepleiten op de strakke regeling van de beroepstermijnen. Op grond van de hierboven besproken vaste rechtspraak moet derhalve geoordeeld worden dat [eiser] niet-ontvankelijk is in zijn cassatieberoep. Het cassatierekest is immers ná het verstrijken van de cassatietermijn ter griffie van de Hoge Raad binnengekomen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d2da3c8eaa28ff1f19c515b47b8ab05f2a76545c9cd23d41b0cf9dddc6885aad. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d2da3c8eaa28ff1f19c515b47b8ab05f2a76545c9cd23d41b0cf9dddc6885aad, en de alinea staat in dat document op bytes 13508 tot 14585.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d2da3c8eaa28ff1f19c515b47b8ab05f2a76545c9cd23d41b0cf9dddc6885aad | shasum -a 256