Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 oktober 2001
Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 19 oktober 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 oktober 2001, ECLI:NL:PHR:2001:ZC3686.
Ik meen daarom dat de verjaringstermijn voor de hier aan de orde zijnde schade op het moment van het schadeveroorzakend handelen, derhalve in 1956, is aangevangen. [eiseres] kan immers vanaf dat moment geacht worden bekend te zijn met de schade, ook met die waarvan te verwachten is dat zij in de toekomst zal worden geleden. Daarbij kan nog worden gewezen op art. 6:105 lid 1 BW, - dat onmiddellijke werking heeft en waarvan wordt aangenomen dat dit ook reeds onder het oude recht gold14 - dat de rechter de mogelijkheid biedt toekomstige schade bij voorbaat te begroten of de begroting daarvan uit te stellen15.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c7d758aa5497ec8636178ef813f28c85325aafeb542fa318656fd3f44fb3d3ce. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c7d758aa5497ec8636178ef813f28c85325aafeb542fa318656fd3f44fb3d3ce, en de alinea staat in dat document op bytes 17553 tot 18179.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c7d758aa5497ec8636178ef813f28c85325aafeb542fa318656fd3f44fb3d3ce | shasum -a 256