Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 oktober 2001

Alinea 32 Parket bij de Hoge Raad 19 oktober 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 oktober 2001, ECLI:NL:PHR:2001:ZC3689.

14. Dit betoog mist feitelijke grondslag. Uit het bestreden vonnis blijkt dat de Rechtbank tot uitgangspunt heeft genomen dat artikel 7:658 BW de werkgever verplicht zodanige veiligheidsmaatregelen te treffen en aanwijzingen te verstrekken als redelijkerwijs met het oog op het voorkomen van ongevallen van hem kunnen worden gevergd, waarbij de mate waarin van een werkgever veiligheidsinstructies gevergd kunnen worden mede afhangt van de aard van de werkzaamheden; de Rechtbank heeft vervolgens geconcludeerd dat PTT Post in haar zorgplicht is tekortgeschoten omdat zij niet die maatregelen heeft genomen die naar het oordeel van de Rechtbank redelijkerwijs van haar konden worden gevergd. De Rechtbank is aldus - terecht - ervan uitgegaan dat art. 7:658 BW geen absolute waarborg beoogt te scheppen voor bescherming van de werknemer tegen het in deze bepaling bedoelde gevaar, maar dat deze bepaling ertoe strekt te bewerkstelligen dat de werknemer tegen dat gevaar wordt beschermd voorzover als redelijkerwijs in verband met de aard van de arbeid gevorderd kan worden. (Ik verwijs in dit verband naar Uw arresten van 10 juni 1983, NJ 1984, 20, m.nt. PAS en van 24 juni 1994, NJ 1995, 137, m.nt. PAS.)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c54dc48765e0c27d5e60d9ae64299f582740389abc044fec0d9f3bab84cf1243. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c54dc48765e0c27d5e60d9ae64299f582740389abc044fec0d9f3bab84cf1243, en de alinea staat in dat document op bytes 26008 tot 27225.