Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 oktober 2001
Alinea 31 Parket bij de Hoge Raad 26 oktober 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 oktober 2001, ECLI:NL:PHR:2001:ZC3695.
(a) Het is niet voldoende en ondubbelzinnig komen vast te staan dat de brief van de advocaat van de vrouw van 28 januari 1997, gezien de tekst daarvan en hetgeen overigens door partijen is gesteld, een acceptatie door de vrouw van het voorstel van de man behelsde, zodat niet is aangetoond dat tussen partijen wilsovereenstemming is tot stand gekomen. De tweede woning dient derhalve voor de verdeling in aanmerking te worden genomen naar de waarde daarvan op het moment van de verdeling.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c9d939bfc0a191b43f8d78fae81c960ded3751033a8d4b2d62f3e5d6b99458be. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c9d939bfc0a191b43f8d78fae81c960ded3751033a8d4b2d62f3e5d6b99458be, en de alinea staat in dat document op bytes 10978 tot 11479.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c9d939bfc0a191b43f8d78fae81c960ded3751033a8d4b2d62f3e5d6b99458be | shasum -a 256