Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 oktober 2001

Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 26 oktober 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 oktober 2001, ECLI:NL:PHR:2001:ZC3695.

Ten overvloede valt hieraan toe te voegen dat, zelfs al zou van de zojuist aangehaalde stelling worden uitgegaan, 's hofs arrest in dat geval aldus moet worden opgevat dat het in de brief van de vrouw niet een voldoende concreet tegenaanbod heeft gelezen, dat vervolgens door de man zou zijn aanvaard. Het hof behoefde dit oordeel, dat feitelijk van aard is en in cassatie slechts beperkt op begrijpelijkheid kan worden getoetst, in de gegeven omstandigheden niet uitgebreider te motiveren dan het heeft gedaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c9d939bfc0a191b43f8d78fae81c960ded3751033a8d4b2d62f3e5d6b99458be. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c9d939bfc0a191b43f8d78fae81c960ded3751033a8d4b2d62f3e5d6b99458be, en de alinea staat in dat document op bytes 14184 tot 14708.